Lieve papa, lieve Leo,
Jij was ons baken, ons rustpunt.
Maar je was ook altijd onderweg. En zelfs als je thuis was, was je nog in beweging. Altijd bezig om dingen te regelen voor later en voor anderen. Bezig dingen beter te maken, voor ons, voor de club, voor de tuin, voor de toekomst.
Daarbij vergat je soms zelf te genieten van het resultaat.
En toen werd ook het genieten zelf je bijna onmogelijk gemaakt.
Maar dat weerhield je niet bezig te blijven en liefde te schenken, zei het op een andere manier.
Die kracht, dat doorzettingsvermogen, die koppigheid, dat sierde je, daar heb ik van geleerd.
En het hield je vast.
Net zo vast als jij aan het leven klampte de laatste weken.
Om toch vooral bij ons, bij Resie te kunnen blijven.
Maar nu kan je gaan.
Nu is alles geregeld.
Het is goed.
Het komt allemaal goed met Resie en je twee kleine meiden, met ons.
De koppijn hield je weg van het vliegen, wat je toch het liefste deed. Onderweg zijn was fijn, ergens aankomen bijzaak. Het mocht niet meer zo zijn.
En nu ben je toch weer in een kist. Zo noemde je de vliegtuigen vroeger altijd. Kist.
Leo, papa, ik voel dat deze kist je brengt naar de plek waar je het liefst was, vliegend boven de donkere noordpool, kijkend naar de sterren en de Melkweg. Zonder koppijn. Met muziek erbij, waar je vroeger zo van genoot.
Een goede vlucht naar de sterren lieve papa






There are no responses yet